Een week geleden mijn eerste voet op Afrikaanse bodem. Turbulente nacht op het vliegtuig. Geen tijd te verliezen. Stijn moet meteen beginnen werken. Een snelle hallo aan de collega’s op kantoor aan de haven. Direct erna naar ons nieuwe woonst. Kwartiertje om zich te verfrissen en weg is hij.

Daar stond ik dan. Alleen. In een gigantisch appartement. In een vreemd land. Onbegrijpelijke taal. Geen gsm. Noch internet. Geen cash geld. Zelfs niet eens flesje water. Enkel vier valiezen. En een dikke krop in mijn keel.

Waar was ik aan begonnen. Het grote avontuur ging plots wel heel snel van start. Oke, niet stressen. Eerst de basics regelen: simkaart met zoveel mogelijk gigabites en water. Check. Na een uur sukkelen was ik terug in verbinding met de rest van de wereld. Die fles water kon ik niet met mastercard betalen. Die kreeg ik zomaar mee. Betaal later maar eens. Zouden we bij ons pas tegenkomen na een klantenrelatie van minstens 30 jaar. Op straat word je nagestaard en aangesproken. De drie dames, die het spiksplinternieuwe appartement nog aan het inrichten waren, buitenborstelen. Deze amigas pakten mijn valiezen uit. Zonder te vragen. En eigenden zich o.a. mijn gilettemesjes toe. Ook zonder te vragen. Een welverdiende douche. Angstzweet afspoelen. Of toch door slaapgebrek wat paranoïde?

Qua accommodatie hebben we niet te klagen. Bouwjaar 2016, met alle moderne faciliteiten: garage, grote gym, buitenzwembad met ligstoelen en een dagelijks een ganse kuisploeg om alles te onderhouden. Wij verdwalen in ons drieslaapkamer appartement, ingericht naar de goesting van de flamboyante Mozambicaanse eigenares Rosie. Duidelijk fan van groteske luxe. Eettafel bestaande uit een boomstronk, schommelstoel op het terras en overal spiegels. Ze zou een prima kolonialist geweest zijn. Enkel nog wat werken aan dat Engels van haar (“the gays will fix it”). Uhu :-). Een vogeltje in een gouden kooi op de 12e verdieping. Mijn gevoel na de eerste dag. Wat veilig blijven hangen hierboven. Dan pas verder duiken in het avontuur.