Na minder dan vier uur, tussenlanding in Amsterdam inbegrepen, landt de Fokker van KLM in de groene heuvels van het noordelijke Aberdeen. Als de deuren van het vliegtuig opengaan, laat de kille zeebries ons meteen kennis maken met de Schotse zomer. Ik zag er in Brussels Airport met mijn fleece en wollen sjaal behoorlijk belachelijk uit tussen alle toeristen in short en topjes, maar wie lacht er nu het hardst. Wat is het hier koud! Instant bevroren tenen, loopneus en ademwolkjes. Winter’s coming!
Nu, we mogen niet klagen en zagen, na een volledig jaar la vie tropical mag het gerust eens iets anders zijn. De gedachte aan lekker fris buiten kunnen joggen, de gezelligheid van kledij die effectief je hele lichaam bedekt en deugddoende warme porridge, soepen en stoofpotjes, zorgt meteen al voor een warmer gevoel. Die krijgen we ook van de spontaniteit van de Schotse bevolking. Wat zijn die vriendelijk en behulpzaam! Tot nu toe kan alles hier snel geregeld worden: slechts vijf minuten om een simkaartje te bemachtigen en amper één dag om een appartement te regelen. Nog twee nachten in het überklassieke Douglas Hotel, waar zelfs de Schotse ruit in de gordijnen terug te vinden is en dan kunnen we onze intrek nemen in een duplex dakappartement met voorliefde voor tapijten en paarse muren. Volledig bemeubeld, maar ruimte genoeg om de inhoud van de achttien verhuisdozen in kwijt te kunnen. Laat die verhuiswagen maar komen, inrichten & decoreren en dan om de zoveel tijd terug alle meubels van plaats verzetten :-), ik verlang al! Aberdeen aan de ruige Noordzee, met zijn vier seizoenen op één dag,  hopelijk wordt het snel onze nieuwe thuis.