Dove abiti? Abito a Milano. Finalmente a casa!
Onze vierde bestemming op vijf maanden tijd, maar ditmaal is het een blijverke.
Alles valt plots wel heel snel in zijn plooi. Een beetje beangstigend zelfs, al dat geluk aan onze kant. We hebben een heel mooi en groot, lichtrijk appartement, op 750 meter van de Duomo, een auto met reeds wat typische schade aan de carrosserie (Italiaanse rijstijl in combinatie met Romeinse borduren, maar niets wat niet kan weggetoverd worden met een beetje zwarte verf, wink wink) en zelfs al een Codice Fiscale, een Italiaans rijksregisternummer, waarmee je overal getrack-and traced kunt worden. Het was niet zo moeilijk om een thuisgevoel te creëren. Dat kwam gewoon vanzelf mee met onze eigen meubelen en persoonlijke spullen. Hallo beste Sleepy bed ooit, met voor het laatst in Schotland gewassen eigen lakens. Hallo zetel, na 15 maanden terug bij ons, elk weer op zijn vaste kant voor een avondje Netflix. Hallo winterkleren, of ja, toch die weinige stukken waar ik momenteel nog in kan. De kille Schotse zomer niet meegeteld, is het ook al bijna twee jaar geleden dat we het nog eens goed koud hadden. Brr, zelfs geen tien graden, maar gelukkig schenkt de strategisch tussen de bergen gelegen geografische ligging Milaan vaak een blauwe hemel en stralende zon.

Eerste indruk van de stad? We gaan ons hier jeunen. Alhoewel het met zo’n 1,3 miljoen inwoners de tweede grootste stad van Italië is, heb je hier echt geen metropool-gevoel. Dat ligt misschien aan de sfeer die de mooie oude statische gebouwen met zich meebrengen, of omdat er toch heel wat kleine gezellige pleintjes en steegjes wijdverspreid verstopt zijn. Je kan de stad natuurlijk niet vergelijken met Rome of Siena. Het is geen gigantisch openluchtmuseum met een centraal historisch gedeelte, waarin je zou vergeten in welke eeuw je nu eigenlijk leeft. Neen, Milaan is een echte woon- en werkstad, waarin iedereen dag in dag uit opgekleed op straat komt (zwart is duidelijk het modekleur van deze winter), haastig espresso’s en brioches binnenspeelt, sigaretten rookt, door wind en weer terrasjes doet, met veel handgebaren spreekt, ’s middags uitgebreid luncht, op snel tempo te voet of met de metro het centrum doorkruist, verkeersregels aan zijn laars lapt, aperitivo al rechtstaand houdt en zelfs al vriest het van een artisanale gelato smult. Een opgejaagd ritme, dat vreemd genoeg energie geeft.

Na bijna vier weken ter plaatse hebben we de kans nog niet gehad om echt te citytrippen. Enerzijds druk op het werk, waardoor ook meestal de avonden en vrije dagen sneuvelen en anderzijds druk in de weer om dat nest helemaal af te hebben. Ongelooflijk hoeveel tijd er kruipt in de queeste naar dressoirs, droogkast, logeerbedden, babykamer, enz., vooral als je zelfs niet eens weet wat de naam, laat staan de locatie is van de Italiaanse Vandenborre, Dreambaby of Sleeplife. Gelukkig moesten we het appartement al niet meer zoeken en regelen, of we zaten waarschijnlijk nog op hotel (dikke kussen aan Liese en Bert hiervoor). Leve ook het internet, het mini Van dale woordenboekje en ook de enige echte rots in de branding: Ikea :-). Dat Italiaans dan, dat moeten we ook nog onder de knie krijgen. Nu nog even wat laten aanmodderen en dan na nieuwjaar starten met deftige lessen. De agenda van december wordt goed ingevuld, maar zo hebben we het graag. Straks kunnen we eindelijk Bart en Veerle eens ontvangen, ze bijten de spits af als ons eerste bezoek, volgend weekend komt de liefste meter shoppen en dan hopelijk een paar dagen vrij om met de auto richting Roeselare te cruisen voor de verschillende kerstdiners. Met de Douwe Egberts wenst u een vrolijke kerst-cd op de achtergrond, nu al helemaal in de stemming!