Frisgroene bomen, drukbezette terrasjes, een voorzichtig kort mouwtje, spierwitte benen, lente in Milaan! Op een paar dagen tijd hangt er plots geen grijs en somber sfeertje meer, maar verandert het centrum in een gezellige, zwoele drukte. Nu pas komt het echte Italiaanse karakter van de stad naar boven. Zij die al eens tijdens de winter een citytrip naar Milaan boekten, kunnen het beamen: ’t is nu niet meteen het neusje van de Italiaanse zalm. Je kan dan maar beter kunstliefhebber of shopoholic zijn. Buiten wat suffe musea, winkels met designerkleren en design, valt er voor de rest niet zoveel te beleven. Met het stijgen van de temperaturen wordt een retourtje met Ryanair, Brussels Airlines of het immer failliete Alitalia plots wel de moeite waard. Ook voor zij die geen dikke portemonnee hebben.
Een gelato hier, een aperitivo daar. Klinkt als muziek in de oren. Wat wil nen mens nog meer? Al kuierend ontdekken dat de huizen hier ook schattige balkonnetjes met zongedroogde was hebben, dat marktkraampjes met olijven, ingelegde artichokken & grote saucissongs de pleinen ontsieren en dat pepeetjes op houten banken het passerend vrouwelijk schoon gadeslaan. Nét zoals je het van een zuiders land zou verwachten. Alleen zit het hier wat beter verstopt.
Door evenementen als Fashion & Design Week waan je jou op de Gentse Feesten, maar even goed op een doodnormale weekdag bruist de stad van leven. Horden toeristen circuleren rond de Duomo en de aanpalmende winkelstraten. Kliekjes studenten palmen clichématig de groene parkgrasperken in met hun boeken, frisbees en flesjes frisse Peroni, Moretti of Nastro Azzurro. Een leger aan mama’s met buggy’s bezetten de straten van de binnenstad op zoek naar de dichtstbijzijnde speeltuin. Het buitenleven speelt zich af in de publieke ruimte. Logisch, als je weet dat iedereen in een (mini-) flat woont en bijna niemand een eigen tuin of groot terras heeft. Wonen in deze drukbevolkte stad, waar ze in het centrum soms hogere huurprijzen aanrekenen dan bijvoorbeeld in New York, heeft zo z’n consequenties. Wegens de beperkte woonoppervlakte vluchten de Milanesen dan ook tijdens het weekend en de vakanties hun appartementen uit richting de bergen of de zee. Voor mij is dit de grootste troef van Milaan: de nabijheid van talrijke ski-en wandelbergen zoals het kleine Pianni Di Bobbio of het grotere Courmayeur, en de mogelijkheid om snel verfrissing op te zoeken aan één van de Noord-Italiaanse meren.
Het is een fantastische stad om in te wonen omwille van het uitstekende openbaar vervoer, vele mogelijkheden om lekker – uiteraard, het is Italië – te gaan eten en supervriendelijke mede-stadsgenoten (misschien is dat wel vooral het Alixe-effect). Als je komt voor een citytrip en niet ieder museum of kerk wilt bezichtigen, ben je wel op twee dagen rond. De binnenstad kan je met een diagonale lijn in twee knippen, startend vanaf het Parque Sempione, langs de autovrije winkelstraat Via Dante mooi recht naar beneden tot aan de ruïnes van Porta Romana. Een mooi reisschema vind je op Tips voor een mooie tweedaagse in Milaan.
En voor wie dit een teaser kan zijn: twee weken geleden hadden we nog geen plannen en zeiden we: “hoh, zondag gaan we ne keer naar ’t Gardameer zeker?”. Om die reden alleen al zou je hier niet meer weg willen. Even in de auto en dan genieten van het glinsterende water dat schitterde tussen de groene bergen, die nog net een laagje sneeuw op de toppen hadden. Een gegrilde branzino eten aan de rand van het meer, slenteren door het pittoreske Sirmione en dan net zoals op zondagavond op de Belgische E40, met stapvoetsverkeer naar huis.