Alhoewel we nog steeds niet alle pastasoorten geproefd hebben, we vaak ons zakwoordenboek raadplegen in de beenhouwerij om te weten van welk beest dat stukje vlees precies afkomstig is en af & toe mijmeren naar een frietje met stoofvleessaus, voelen we ons na 7,5 maand op culinair vlak wel al een beetje ingeburgerd. Als je niet uit de boot wilt vallen, of niet tegen iemands schenen wil stampen, hier enkele tips wat betreft de belangrijkste activiteit van de (Italiaanse) medemens: mangiare!
Je moet echt al pech hebben om slecht te varen qua eten in Italië. Als je zo ver mogelijk wegblijft van de restaurants bij de grote touristische attracties, zal je niet het dubbele betalen van de gebruikelijke zeer schappelijke prijzen. Weet wel dat de Italianen houden van puur en eenvoudig eten: een burrata met gerookte hesp, een pasta met een tomaten-knoflooksaus, een gegrilde vis met olijfolie en een snuifje zout. Verwacht dus geen bord op z’n Vlaams, met én patatten én vlees én groenten die meer zijn dan enkel een stukje garnituur. Laat je ook niet misleiden door het interieur: vaak serveren de meest ouderwetse en obscure plekken het lekkerste Italiaanse eten. Donkerbruine houten zitbanken, gordijntjes in rood-wit ruitjesmotief, een vergeelde poster van een verlaten landschap en Bocelli op den achtergrond.
De Italianen zijn helaas niet zo sterk gezond ontbijten. Op de meeste plekken zal je jou moeten tevreden stellen met een crostatine (zanddeegtaartje) of een brioche (croissant) al dan niet gevuld met marmelade/chocolade/crème pâtissière /honing. Wel is er overal spremuta (vers fruitsap) te verkrijgen en als je wilt, mag je er een cappuccino bij drinken, maar god weet waarom niet na 10u30.
Voor de pranzo is 6-7 euro voor een primo (een pasta of rijstgerecht, en eet dit enkel maar met een vork, GEEN MES NOCH LEPEL) of 8-10 euro voor een secondo met contorni (vlees/vis met een simpel groentje of gebakken patatje) de richtprijs. ’s Middags ga je pas vanaf 13u tafelen en hoef je zeker niet beide te nemen, tenzij het een fixed menu is, maar dan zijn de porties ook kleiner. In praktisch iedere (koffie-)bar wordt ’s middags een verse lunch geserveerd, meestal reeds op de borden geschept en uitgestald in een koeltoog. Na de maaltijd krijg je standaard de vraag of je een caffè wilt (zij gebruiken het woord “espresso” niet, en bedoelen hier eigenlijk een “ristretto” mee). Ga voor een “lungo” als je toch een 3-tal slokjes wilt nemen, maar geen “americano” tenzij je houdt van warm afwaswater.
Reserveer ’s avonds je tafeltje vanaf 20u, tenzij je graag alleen in het restaurant zit. In een klassiek restaurant combineer je best antipasti-primi of primi-secondi, voor pizza is dit niet nodig. Als je een bordje salumi (= fijne vleeswaren) wilt delen, zeg dan dat het “per condividere“ is. Wanneer ze zelf geen parmezaanse kaas op tafel zetten, wil het zeggen dat dit niet bij je gekozen pasta hoort. Of tenzij ze het vergeten zijn ;-). Desserts delen kan zeker, en vaak ook onvermijdelijk, omdat je gewoonweg geen gaatje meer over hebt voor een ganse tiramisù of semifreddo. Zelfs een paar woordjes Italiaans kunnen je ober in nen hele sympathieke mens omtoveren, dus strooi maar lustig rond met de “grazie” en “prego”. Reken er ook op dat je meestal 1,5- 2 euro p.p. aangerekend wordt voor het servies & (niet zo lekker) brood en dat ze het raar vinden, mocht je geen fles acqua naturale o frizzante bestellen. Betalen moet je vaak aan de kassa aan de ingang doen, al dan niet met een kopij van het bestelbonnetje dat de ober op je tafel heeft gelegd.
Met baby’s of kindjes kan je gerust vroeger gaan of de hele resem aan regeltjes aan je laars lappen. Één blik op die kleine en het gejadajada “che bambolina, che pattatina,…” neemt alle gereserveerdheid over. Op de duur word je dit wel gewend en is het raar als (niet-Italiaanse) mensen onverschillig of zelfs onverdraagzaam reageren. Hiervoor én voor hun lekkere keuken vuistje voor de Italianen!