In tegenstelling tot de Belgen, Nederlanders en Duitsers gaan Italianen voornamelijk op reis in eigen land. Terecht, en zo besloten ook wij om onze grote vakantie door te brengen in de groene heuvels van het mooie Toscane. Net als vorig jaar eigenlijk, maar deze keer een stukje meer naar het zuiden. Wie redeneert, “aah, hoe zuidelijker, hoe warmer”, zit er spijtig genoeg ferm naast. Door de 10 graden koelere dagtemperaturen en een ijzige bries in combinatie met het bergachtige natuurlandschap, waanden we ons even terug in Schotland. Maar kom, ’t werd beter naarmate de reis vorderde en ‘t is ook wel eens aangenaam om zonder airco te moeten slapen. Het kleine, doch zeer charmante dorpje Radicofani was onze uitvalsbasis, uitgerust met 1200 vooral minder jonge inwoners, 2 slagers, 3 bakkers, 4 restaurants en een fort waar je ’s avonds getrakteerd wordt op een adembenemende zonsondergang.
Aan de voet van de heuvel lag onze Airbnb, een schone podere (= boerderij) met zwembad, een grote tuin en een heerlijk “we zitten in de middle of shizzle” gevoel. Van daaruit kon je vlotjes een wijnproeverij meepikken om kennis te maken met de Brunello di Montalcino van het huis Barbi of de Vino Nobile di Montipulciano van de biologische viticulteur van het domein Avignonesi. Wat echt de moeite waard is om op het gemak in rond te kuieren, is het schattige Pienza, waar je de mooiste foto’s van het Toscaanse niet zo platte land kunt nemem. Montepulciano, Montalcino, Sarteano en het al in Umbrië liggende Orvieto konden ons ook bekoren en waren nog te doen met de kinderwagen (zoals ik al zei, ’t is hier niet plat). Verplicht op het menu stond de typische pici, dikke pastaslierten, die ze het liefst omarmen met een een verse ragù di cinghiale (everzwijn) of een vegetarische all’aglione (tomaat en look).
Dit jaar was onze pattatina nog wat te klein om grote dagtochten te doen, anders hadden we ook wel een stukje van de Via Francigena gedaan (deze loopt van het Engelse Canterbury tot in Rome), die af en toe mooi ons pad in de Val d’Orcia doorkruiste. Door deze kleine bambolina lag het tempo van reizen nét iets trager dan we gewoon zijn. In plaats van te zonnekloppen, lig je samen met paardje (eigenlijk een ezel) en giraffe (immer doordrenkt van speeksel) onder de speelboog in de schaduw van de parasol. Een stadje bezoeken wordt ingevuld met dubbel zoveel terrasjes om ’t fleske te kunnen geven, want zij heeft – echt waar – sneller dorst én minder geduld dan wij ;-). Tijdens het ontbijt genieten van je koffie en zien dat ze het omrollen plots echt onder de knie krijgt. Hazen, hertjes en salamanders spotten. Tijd met papa. Badje geven buiten in de avondzon. ’t Lijkt allemaal niet zo spectaculair meer als voorheen, maar daarom zeker niet minder plezant.
Na een ontspannend weekendje bij frollega’s (bestaat dit woord wel?) in Nice en een weekje bij framily in Belgenland zit het zomerverlof er alweer op. Uitgerust zullen we wellicht nooit meer zijn, toch zijn de batterijen opnieuw herladen. Andiamo a casa, o bella ciao bella ciao, bella ciao ciao ciao!

Tips.

Wij verbleven via Airbnb in een studio van de agriturismo van Podere Maltaia, waar Sara en Marcello je met open armen ontvangen. Verse basilicum en courgettes vanuit de moestuin, gratis extra wasjes laten doen en een babybedje/verzorgingskussen/babybadje ter beschikking stellen, wij kunnen niet anders dan het aanbevelen!