Precies twee jaar geleden kwamen we op een miezerregenachtige dag in Milaan aan. Vanuit de lucht leek deze grijze metropool, omringd door platte bruine vlaktes helemaal niet op wat je hoopt van in Italië aan te treffen. Het contrast met het zonnige, groene en heuvelachtige Toscane, die we diezelfde zomer aandeden, kon niet groter zijn, of dat is toch hoe wij het percipieerden. Dat is altijd zo als je voor het eerst op een nieuwe bestemming aankomt. Een wrang gevoel, een knoop in je maag, een goeie dosis stress en een klein beetje paniek. Een nieuwe woonst, een nieuwe taal en enkel maar onbekende gezichten. Waar zijn we nu weer beland?! O ja, en dan was ik nog eens bijna zes maand zwanger. Alle overweldigende emoties tot de tweede macht.
Nu twee jaar later is het moeilijk me voor te stellen om ooit ergens anders gewoond te hebben. Milaan is onze thuis, Italiaans de voertaal en er zijn gesmede vriendschappen voor het leven. Het blijft natuurlijk een tijdelijk verhaal, op een dag houdt het hier op en begint het avontuur opnieuw. Ik wil er nog niet aan denken. Terug naar af, en ditmaal met vier in plaats van zorgenloos met z’n twee.
Jammergenoeg is dit niet enkel een scenario voor ons gezin, ook mijn vriendinnen zitten in hetzelfde schuitje. Binnenkort blijven we slechts met twee van de vier expat-preggo’s (van in tijde van Alixe he, dat zwangerschaps-hoofdstuk is afgesloten) meer over. De ene naar Brazilië, de andere naar Ierland en zo zullen onze wekelijkse play- (voor de peuters) en aperitivo-dates (voor zij die het nodig hebben) een heel pak dunner bevolkt worden. Niet voor ’t één of ’t ander, maar op vrijdag hebben we ons glas prosecco wel verdiend. Met Stijn aan het werk in Lecce is het hier opnieuw een vijf op zeven-single-mom verhaal (en afgelopen weekend kon hij zelfs niet terugvliegen – lees: ik zou beter een survivalgids schrijven voor alleenstaande ouders van twee onder twee “hoe een regenweekend overleven met op elke arm een kind”) en de vooruitzichten zien er niet beter uit. Komt daar nog eens bij dat er geen plaats zal zijn voor Maxime in de crèche, die ik wel graag vanaf februari een drietal dagen per week had gestuurd. Alhoewel ik de drill al eens doorstaan heb met Alixe, blijft de alleenzorg voor een meestal superflinke, maar soms ook gefrustreerde zesmaander (dat zelfstandig rechtop zitten gaat nog gepaard met recidief omvallen en middagdutjes zijn voor watjes – ik draai eens met mijn ogen) een intensief verhaal. Is het nu omdat ik 32 geworden ben, maar ditmaal blijven die post-partum wallen precies wel heel hardnekkig mijn ogen vergezellen.
Nu, eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het hoe ouder ze worden, het wel steeds makkelijker wordt. Afgezien van Alixe haar occasionele woede-tantrums en het feit dat ze er steevast van overtuigd is dat ze het centrum van het universum is (maar welke peuter ook niet?), mag ik wat betreft Pix (Alixe dus) in mijn handen wrijven. ’t Eet (letterlijk alles, met smaak en manieren, en tot de aller-allerlaatste kruimel) en ’t slaapt (zonder uitzondering 12u aan één stuk). Alhoewel ze niet gezegend is met de sociale glimlach, is ze wel een crème van een kind. Hoe kan het ook anders, geboren in Italië :-). From (Maxime dus) daarentegen is de vrolijkheid zelve. Ik wist zelfs niet dat een baby zó kon kirren en lachen, tenminste totdat ze om god weet welke reden in een blèètsessie belandt. Voor de rest lijkt ze uit hetzelfde hout als haar zus gesneden te zijn. Topdochters, echt waar.