Een bruin stipje dat amper de grootte had van een potloodpunt, zat jarenlang verstopt tussen rechterteen drie en vier. Het werd pas opgemerkt toen het serieuze sterallures kreeg en tijdens mijn twee zwangerschappen uitgroeide tot een nevus uit de categorie “ja die halen we er maar beter uit”.
Lap. Master in de gezondheidspreventie zijnde kon ik het advies niet negeren. Omwille van de delicate plek durfde de Italiaanse dermatologe het niet te verwijderen. De naar doorverwezen plastische chirurg wees me op de consultatie – waar mijn metgezel Frommie onze conversatie overstemde met onophoudelijk gekrijs – dat ik wel zeker een dag of tien niet mobiel zou zijn. Lap. Da ga ni gaan é. Even crisisberaad, maar toen la mamma (mijn mama dus) voorstelde om het in het goeie ouwe Eilig Erte te laten wegnemen en dan thuis (mijn mama’s huis dus) te revalideren, werden de vliegtuigtickets snel geboekt.
Reizen op oudejaarsdag is trouwens echt aan te raden. Relaxte sfeer, geen wachtrijen en zelfs de beveiligingsagenten op de luchthaven waren al in feeststemming. Rustig het jaar afsluiten met een glaasje cava terwijl we boven de besneeuwde Alpen vlogen. Stiekem was het ook een beetje om de stress te verminderen, want sinds de komst van de kindjes kamp ik met verschrikkelijke vliegangst. Een van de redenen waarom we, ondanks de korte afstand, maar twee keer per jaar overkomen. Dat belooft als onze volgende bestemming aan de andere kant van de wereld blijkt te liggen.
Het was al sinds augustus geleden dat ik me op Belgische bodem bevond en eerlijk? Alle andere keren vond ik dat er nooit iets veranderd was, maar ditmaal leek Roeselare besmet geweest te zijn met de bouw-, verhuis-, en verplaatsziekte. Zelfs in de supermarkt, waar ik vroeger dagelijks ging, vond ik mijn weg niet meer en de shortcuts die ik ooit nam om files ter vermijden, leidden me al helemaal niet sneller naar mijn bestemming. Besefte ik plots dat we na 3,5 jaar wel écht en toch ook al een hele lange tijd weg zijn. Top, want dit versterkte net mijn vakantiegevoel :-).
Toerist in eigen geboortestad. In mijn hoofd klonk het mooi: een weekje rustig aan revalideren, gevolgd door een week op zoek naar verborgen parels, fun & avontuur. Wilde plannen had ik, een waslijst met mogelijke uitstapjes en tijdsverdrijven, om mezelf en de meisjes te entertainen. Het nieuwe Arhus-café ontdekken,… en ja … daar is het bij gebleven…
Een uiterst pijnlijke postoperatieve infectie strooide roet in het eten. Bye bye uitstapjes, hallo voet met ijs in de zetel. Ik immobiel en zo ook de kindjes aan het huis gebonden. Gelukkig zijn Pix en From gemakkelijk te entertainen: opa’s schommel, huizen bouwen met Duplo van toen wij klein waren (en er is nog niets aan hé, dat was pas een investering waard), Juliette de kat opjagen (die nu met PTSD zit), samen spetteren in oma’s grote bad, … Eigenlijk was het best wel oké, die platte rust 🙂 en het deed deugd om zelf eens verpamperd te worden :-).
Tot de ochtend voor we terugvlogen was het wel bang afwachten of ik überhaupt alleen met de dochters zou kunnen reizen. Alsof dat op zich al geen uitdaging genoeg zou zijn?! Een dubbele buggy, grote valies, twee autostoelen, een verzorgingstas, een baby & een peuterpuber én een manke poot. Ploetermoeder for life, maar safe and sound terug thuis geraakt. Nu hopelijk snel een volledig herstel want binnen 10 dagen staat een vierdaagse kindvrije skivakantie gepland, hooooooraaaay!