Een dikke week in expatparadijs. Nergens ter wereld is men zo ingesteld op de aanwezigheid van tijdelijke verblijvers zoals wij. Je kan er gemakkelijk voor enkele weken of zelfs maanden een serviced appartment (volledig ingericht appartement, met hotelservice) huren. Bij deze kan ik wederom niet klagen over de accommodatie, met zwembad. Maar goed ook,  want Singapore is hot and humid! Als je van plan bent hier te citytrippen, neem dan maar een goeie deo mee. En meteen een verse T-shirt.
Chance dat er een uitstekend metronetwerk is, met airco, zodat je in no time van de ene bezienswaardigheid naar de andere kunt trekken. Om de vier minuten en altijd op tijd. De MRT dus, niet de NMBS.
Naar de grootste toeristische hotspot, de Marina Bay. Puik staaltje stadsarchitectuur hier met o.a. de SG Flyer (zelfde als de London Eye), spiraal-voetgangersbrug en de LED-verlichte bomen van het fenomenale Gardens by the Bay (zie Canvas – Planet Earth II). Ja, ook daar waar de Formule 1 casual door de stad passeert langs het beroemde hotel Marina Bay Sands, met die boot op het dak, waarvan je vanuit de infinity pool zicht hebt op de hele stad. Helaas niet voor onze portemonnee, maar het weerspiegelt wel goed waar Singapore voor wil staan: luxe bestemming. Laten we zeggen dat ik al niet meer omkijk als er een Ferrari of Lamborghini voorbij vlamt.
’t Leven is hier niet goedkoop, mede omdat er heel veel geïmporteerd wordt. Quasi geen landbouw mogelijk, dus niet verwonderlijk dat een krop sla rap 6 dollar kost. Uiteten op restaurant is duur, je betaalt nog eens 17% taks en service bovenop de prijs. Je gaat beter naar de bekende Hawker centers, food courts met de dagdagelijkse Oosterse keuken met een Singaporese touch. Indiase, Thaise, Japanse, Chinese, Maleisische,… eetstalletjes.
Lekkere laksa of chai tow kway (wortelcake, maar dan zonder wortelen, wel met daikon). Een drukte van jewelste en een gratis festivalgevoel. Alleen weet je niet altijd wat je net gegeten hebt. En misschien maar goed ook :-).