Een aangename 28 graden en geen wolkje aan de lucht. ¡Buenos días Valencia! Alhoewel het de derde grootste stad van Spanje is, heerst er toch een intiem sfeertje, zeker in het gezellige oude centrum. Smalle steegjes, historische gebouwen, hoge oude herenhuizen met schattige balkonnetjes en schaduwrijke pleintjes. In tegenstelling tot het wat afstandelijkere Barcelona, is Valencia zo’n plek waar je jou perfect kunt inbeelden dat je er woont. Daar mag er gerust ook eens gebaggerd worden! Ik zie het al helemaal voor me. Te voet naar de Mercado Central, de Valenciaanse Boqueria, maar dan veel aangenamer om in rond te dwalen, om een bakje kersen, verse gamba’s en een stuk queso manchego. Een café solo of een copa de vino rosado seco op een van de talrijke zonnige terrasjes. Geen agua de Valencia meer voor mij, verraderlijk fruitsap met een serieus smaakje aan. Een ferme toer lopen in het gigantische stadspark die de oude stad bijna volledig omarmt tot aan de architecturale pronkstukken van de Ciudad de las Artes y Ciencias. Een fietstocht tot aan het toch niet zo paradijselijke strand, die door het zicht op de containerhaven een grijs Zeebrugge gevoel teweeg brengt. Of de andere kant uit, richting El Palmer en het Parque Natural de la Albufera.
Na een drukke dag moeizaam indommelen op het appartement boven een bruine kroeg, waar je niet kan ontsnappen aan levendige en steeds luider wordende conversaties van diens bezoekers. Dat Spaans geratel, horendol, maar ’t blijft toch zo’n prachtige taal. Dat appreciëren ze hier wel, dat je de moeite doet om zelf ook een woordje Spaans te spreken. Alsook dat je jou aan het Spaanse ritme houdt, wat wil zeggen een micro ontbijt net voor de middag, lunchen vanaf 14u, siësta houden tot 17u en niet voor 21u aan tafel voor het laatste maal van de dag. Vijftig procent van de restaurants serveert tapas, de andere helft is Italiaans. Tot nader order nog geen verklaring gevonden voor dit laatste, maar aan pizza’s en pasta’s dus geen gebrek. Aan historische gebouwen trouwens ook niet, die we – met schaamrood op de wangen – eigenlijk niet echt bezocht hebben, mede omdat we er niet toe geraakt zijn een reisgids aan te schaffen. De stad op rustig tempo doorkruisen en je ogen de kost geven, was eigenlijk op zich al bevredigend genoeg. Drie dagen de Valenciaan uithangen vereist helemaal geen voorbereiding en al is het maar omdat je zin hebt in een lekkere verse paëlla, zeker een tripje waard.

Tips.

Wij logeerden in appartement Don Jaime II, in Carrer de Baix nr 7, pal in het oude centrum van Valencia. Heel leuk verblijf, wel oordopjes meenemen.
Ontbijten in Cafe Infanta op de Plaza del Tossal en kiezen voor wentelteefjes bestrooid met verse rode vruchten.
Tussen de lokale bevolking lunchen aan de haven in Bar Cantina La lonja del Pescado of op weg naar El Palmer in El Saler bij Ca Pepe voor een verse gazpacho of gestoofd konijn.
’s Avonds in de oude stad een mojito in Cafetin Valencia (Plaza San Jaime 2), lekkere albondigas proeven in Tintofino Ultramarino (Calle Corregeria 38), paëlla met groentjes bij El Rall (Plaza del Negrito), hipsterslaatjes in Mercado de Tapineria (Plaza Guillen del Rey) en een heerlijke brownie bij Il vizio di Sophia (Plaza San Jaime 3).